2003-2005 Woonhuis van G, Breda
De inrichting van de begane grond van de woning herinnert aan de klassieke opzet van een herenboerderij of pastoriewoning. Hierin liggen de ruimtes op de begane grond aan een centrale middengang.
Deze kloosterachtige gangruimte speelt een letterlijk centrale rol in het huis. Hij bepaalt de geleidelijke overgang van de openbaarheid van de straat naar de privaatheid van de woonruimtes en schakelt middels de aangrenzende trap de drie woonlagen.
De verschillende woonruimtes hebben vervolgens duidelijke begrenzingen en als gevolg daarvan een mate van beslotenheid en intimiteit binnen het verder open totaal.
De ruimtelijke continuïteit wordt zowel versterkt door een aantal heldere loop- en zichtlijnen in langs- en in dwarsrichting als door het consequent toepassen van verdiepingshoge binnendeuren en binnenkozijnen zonder bovenregel.
Elke ruimte heeft binnen dit grotere totaal vervolgens een eigen oriëntatie en karakter ten opzichte van het zonlicht en de tuin.
