2008-200- Woonzorgcomplex, Oostkapelle
De essentie van het plan is het grote programma zorgvuldig in te passen in de kleinschalige context van Oostkapelle, waarbij het gebruik van het gebouw voor de diverse gebruikers een meerwaarde kan bieden door de mogelijkheid tot ontmoeting en verzorging. Het gebouw bestaat uit 4 bouwdelen die in positie, maat en hoogte verschillen en die verbonden zijn door een centrale ruimte waarin alle functies samenkomen. De bouwdelen sluiten in maat en richting aan op de lintbebouwing aan de Duinweg.
De heldere opdeling in 4 bouwdelen verkleint de schaal van het gebouw tot die van de context en genereert twee hoven. Een publieke entreehof aan de noordzijde organiseert het parkeren en het halen en wegbrengen. Deze hof ligt in de luwte van de Duinweg. Een tweede, besloten hof aan de zuidzijde biedt beschermde buitenruimte voor zowel ouderen als voor kinderen. Door de positionering van de gebouwdelen hebben alle appartementen en gebruiksruimtes een goede bezonning op het oosten of op het westen of op beiden, terwijl beide hoven zelf goed bezond zijn op het zuiden en daardoor uitnodigen tot gebruik.
Door een principe van corridorontsluiting heeft het gebouw -naast een vorm van collectieve en beschutte woonkwaliteit- een alzijdig karakter zonder verdere ruis van galerijen en vluchttrappen. Dit is passend op een locatie waar het gebouw geen feitelijke achterkant heeft. De architectuur is voorgesteld in horizontale banden, met een invulling van verticale geveldelen. Het is een architectuur van lijnen en vlakken waardoor de gebouwdelen minder volumineus zijn en een eerder paviljoenachtige verschijning krijgen.
Balkons en luifels vormen bij deze thematiek een vanzelfsprekend en rustig onderdeel van de gevel omdat ze ontspringen aan de banden. De combinatie van witte accenten met zwarte delen herinnert aan de vertrouwde en typische kleurstelling van Zeeuwse geteerde schuren met witte dakranden en witte deur- en raamomkaderingen, zonder deze thematiek echter letterlijk te willen nemen.
